Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

12 palabras · página 1 de 1

  • aandringenB1

    insistir

    Hij bleef aandringen op een antwoord.

  • aanhefB1

    encabezamiento

    Gebruik als aanhef 'Geachte heer/mevrouw'.

  • aanradenB1

    recomendar

    Ik raad je aan om vroeg te komen.

  • aanspreekpuntB1

    persona de contacto

    Zij is het aanspreekpunt voor nieuwe cursisten.

  • aanspreekvormB1

    forma de tratamiento

    In een formele brief gebruik je de aanspreekvorm 'u'.

  • aansprekenB1

    dirigirse a, llamar la atención

    Ik durfde hem er niet op aan te spreken.

  • aanvullenB1

    completar, añadir

    Wil iemand dat nog aanvullen?

  • afsluitingB1

    cierre

    Als afsluiting bedank je de lezer.

  • afsprekenB1

    quedar, acordar

    Zullen we iets afspreken voor vrijdag?

  • afwijzenB1

    rechazar, denegar

    Mijn aanvraag is afgewezen.

  • afzenderB1

    remitente

    De afzender staat op de achterkant.

  • afzenderadresB1

    dirección del remitente

    Zet je afzenderadres op de envelop.