Vocabulario
Filtros3
Sección: Comunicación
TodasComunicaciónVida cotidianaEducaciónEmocionesFamiliaComidaTiempo libreSaludViviendaMediosDineroNaturaleza y medio ambienteComprasSociedadTiempoTransporteTrabajo
Categorías gramaticales
9 palabras · página 1 de 1
aandringenB1
insistir
Hij bleef aandringen op een antwoord.
aanhalenB2
citar
De auteur haalt meerdere onderzoeken aan.
aankondigenB2
anunciar
De gemeente kondigde nieuwe regels aan.
aanradenB1
recomendar
Ik raad je aan om vroeg te komen.
aansprekenB1
dirigirse a, llamar la atención
Ik durfde hem er niet op aan te spreken.
aanvullenB1
completar, añadir
Wil iemand dat nog aanvullen?
adviserenB2
aconsejar
Ik adviseer je eerst te bellen.
afsprekenB1
quedar, acordar
Zullen we iets afspreken voor vrijdag?
afwijzenB1
rechazar, denegar
Mijn aanvraag is afgewezen.

