Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

9 palabras · página 1 de 1

  • aandringenB1

    insistir

    Hij bleef aandringen op een antwoord.

  • aanhalenB2

    citar

    De auteur haalt meerdere onderzoeken aan.

  • aankondigenB2

    anunciar

    De gemeente kondigde nieuwe regels aan.

  • aanradenB1

    recomendar

    Ik raad je aan om vroeg te komen.

  • aansprekenB1

    dirigirse a, llamar la atención

    Ik durfde hem er niet op aan te spreken.

  • aanvullenB1

    completar, añadir

    Wil iemand dat nog aanvullen?

  • adviserenB2

    aconsejar

    Ik adviseer je eerst te bellen.

  • afsprekenB1

    quedar, acordar

    Zullen we iets afspreken voor vrijdag?

  • afwijzenB1

    rechazar, denegar

    Mijn aanvraag is afgewezen.