Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

22 palabras · página 1 de 1

  • aanhefB1

    encabezamiento

    Gebruik als aanhef 'Geachte heer/mevrouw'.

  • aanleidingB2

    motivo

    Wat was de aanleiding voor dit besluit?

  • aanspreekpuntB1

    persona de contacto

    Zij is het aanspreekpunt voor nieuwe cursisten.

  • aanspreektitelB2

    tratamiento (título)

    Gebruik in een sollicitatie de juiste aanspreektitel.

  • aanspreekvormB1

    forma de tratamiento

    In een formele brief gebruik je de aanspreekvorm 'u'.

  • aanwezigheidB2

    asistencia

    Wij stellen uw aanwezigheid op prijs.

  • abstractieB2

    abstracción

    Op dit abstractieniveau wordt het lastig te volgen.

  • accentB2

    acento

    Je hoort nog een licht accent.

  • adresseringB2

    dirección del envío

    Controleer de adressering voordat je verstuurt.

  • afkortingB2

    abreviatura

    Leg elke afkorting de eerste keer uit.

  • afsluitingB1

    cierre

    Als afsluiting bedank je de lezer.

  • afsluitzinB2

    frase de cierre

    Een goede afsluitzin vat je verzoek samen.

  • afzeggingB2

    cancelación de asistencia

    Na drie afzeggingen ging het feest niet door.

  • afzenderB1

    remitente

    De afzender staat op de achterkant.

  • afzenderadresB1

    dirección del remitente

    Zet je afzenderadres op de envelop.

  • akkoordverklaringB2

    declaración de conformidad

    Stuur een akkoordverklaring per e-mail.

  • alineaB2

    párrafo

    Begin voor elk nieuw idee een alinea.

  • antwoordkaartB2

    tarjeta de respuesta

    Stuur de antwoordkaart voor 1 juni terug.

  • argumentB2

    argumento

    Dat is een sterk argument.

  • argumentatieB2

    argumentación

    Zijn argumentatie was niet overtuigend.

  • argumentatiefoutB2

    falacia

    In dat betoog zit een duidelijke argumentatiefout.

  • articulatieB2

    articulación

    Let bij het spreekexamen op je articulatie.