المفردات
14 كلمة · صفحة 1 من 1
taalgevoelB1
الحس اللغوي
Na een jaar krijg je meer taalgevoel.
tegelijkA2
في الوقت نفسه
Praat niet allemaal tegelijk.
telefonischB2
هاتفياً
U krijgt telefonisch bericht.
teleurgesteldA2
خائب الأمل
Hij was teleurgesteld in het resultaat.
teleurstellendB2
مخيّب للآمال
De opkomst was teleurstellend.
tengerB2
نحيل رقيق البنية
Zij is tenger gebouwd.
terneergeslagenB2
محبَط
Hij zat terneergeslagen in de wachtkamer.
terughoudendB2
متحفظ
De minister reageerde terughoudend.
tevredenB2
راضٍ
Zij is tevreden met het resultaat.
theoretischB2
نظري
Theoretisch klopt het, maar in de praktijk niet.
toelichtendB2
توضيحي
Bij de tabel staat een toelichtende tekst.
troostendB2
مواسٍ
Zij zei iets troostends.
trotsB2
فخور، فخر
Ze is trots op wat ze bereikt heeft.
typischA2
نموذجي
Dat is typisch Nederlands.

