المفردات
42 كلمة · صفحة 1 من 2
oefenenB1
يتمرن
Je moet elke dag oefenen.
onderbouwenB2
يدعم بالأدلة
Kun je die stelling onderbouwen met cijfers?
onderbrekenB2
يقاطع
Laat hem uitspreken en onderbreek hem niet.
onderduikenB2
يختبئ سراً
Duizenden mensen moesten onderduiken.
onderhandelenB1
يتفاوض
We onderhandelen nog over de prijs.
onderscheidenB2
يميّز بين
Onderscheid feiten van meningen.
ondertekenenA2
يوقّع
Onderteken het contract onderaan.
ondertitelenB2
يضع ترجمة مكتوبة
Nederlandse films worden zelden ondertiteld.
onderzoekenB2
يحقق
Journalisten onderzoeken de zaak nog.
ontbijtenA2
يتناول الفطور
Wij ontbijten om zeven uur.
ontdekkenA2
يكتشف
Ik ontdekte een fout in het formulier.
ontdooienB2
يذيب المجمد
Laat vlees in de koelkast ontdooien.
onthoudenA2
يتذكر، يحفظ
Ik kan die naam nooit onthouden.
ontkennenB2
ينكر
Hij bleef alles ontkennen.
ontmoetenA2
يلتقي
Ik heb haar op een cursus ontmoet.
ontradenB2
ينصح بعدم
De arts ontraadde die combinatie.
ontroerenB2
يؤثر في المشاعر
Het verhaal ontroerde de hele zaal.
ontslaanA2
يفصل من العمل
Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.
ontspannenB1
يسترخي
In het weekend probeer ik te ontspannen.
ontvangenA2
يستلم
Ik heb je bericht ontvangen.
opbellenA2
يتصل هاتفيا
Ik bel je morgen op.
opbergenA2
يخزّن
Berg je spullen op in de kast.
opbeurenB2
يرفع المعنويات
Een kaartje kan iemand echt opbeuren.
openenA1
يفتح
De winkel opent om negen uur.
opgevenB2
يستسلم
Na drie pogingen gaf hij het op.

