المفردات
198 كلمة · صفحة 7 من 8
minimumloonA2
الحد الأدنى للأجور
Hij verdient het minimumloon.
ministerB2
وزير
De minister legde het beleid uit.
ministerieB2
وزارة
Het ministerie van Onderwijs reageerde snel.
minuutA1
دقيقة
Wacht even, nog één minuut.
misdaadpreventieB2
منع الجريمة
Goede verlichting hoort bij misdaadpreventie.
misinterpretatieB2
سوء التفسير
Dat berust op een misinterpretatie van de cijfers.
miskraamB2
إجهاض تلقائي
Na een miskraam is er weinig nazorg.
misselijkheidB2
الغثيان
De misselijkheid verdween na een uur.
mistB1
ضباب
Door de mist reden de auto's langzaam.
misvattingB2
مفهوم خاطئ
Dat is een veelvoorkomende misvatting.
misverstandB1
سوء فهم
Het was gewoon een misverstand.
moedeloosheidB2
الإحباط
Na drie afwijzingen sloeg de moedeloosheid toe.
moederA1
أم
Mijn moeder woont in Utrecht.
moedertaalB2
اللغة الأم
Mijn moedertaal is Arabisch.
moerasB2
مستنقع
Dit gebied was vroeger moeras.
moestuinB2
حديقة خضروات
In de moestuin groeien bonen en sla.
mogelijkA2
ممكن
Is het mogelijk om later te komen?
mogelijkheidA2
إمكانية
Er is nog een andere mogelijkheid.
molecuulB2
جزيء
Een watermolecuul bevat twee waterstofatomen.
molenB2
طاحونة
De molen maalde vroeger graan.
momentA1
لحظة
Een moment, ik kom eraan.
monarchieB2
ملكية
Nederland is een constitutionele monarchie.
mondA1
فم
Doe je mond open, zegt de tandarts.
mondhygiënistB2
أخصائي صحة الفم
De mondhygiënist reinigt het tandsteen weg.
mondingB2
مصب النهر
Bij de monding wordt de rivier breed.

