المفردات
225 كلمة · صفحة 8 من 9
glasA1
كوب
Mag ik een glas water?
glasbakB2
حاوية الزجاج
De glasbak staat om de hoek.
glasvezelB2
الألياف الضوئية
Het dorp krijgt eindelijk glasvezel.
gletsjerB2
نهر جليدي
De gletsjers smelten in hoog tempo.
glimlachB2
ابتسامة
Met een glimlach kom je een heel eind.
godsdienstB2
الدين
Vrijheid van godsdienst staat in de grondwet.
goedA1
جيد
Het gaat goed met mij.
goededoelenorganisatieB2
منظمة خيرية
De goededoelenorganisatie legt jaarlijks verantwoording af.
goedemorgenA1
صباح الخير
Goedemorgen, komt u binnen.
goedenavondA1
مساء الخير
Goedenavond, komt u binnen.
goedendagA1
طاب يومك
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
gootsteenA1
حوض المطبخ
De vuile borden staan in de gootsteen.
gordijnA2
ستارة
Doe de gordijnen even dicht.
grachtB2
قناة مدينة
De grachten van Amsterdam staan op de werelderfgoedlijst.
grafiekB2
رسم بياني
De grafiek laat een duidelijke daling zien.
grafsteenB2
شاهد القبر
Op de grafsteen staat alleen een naam.
gramA2
غرام
Ik heb 500 gram kaas gekocht.
grammaticaA2
قواعد اللغة
De grammatica vind ik het moeilijkst.
grapB2
نكتة
Die grap viel verkeerd.
grasB1
عشب
Het gras moet gemaaid worden.
grenscontroleB2
مراقبة الحدود
Bij de grenscontrole liet hij zijn paspoort zien.
grensregioB2
المنطقة الحدودية
In de grensregio werken veel mensen over de grens.
griepA2
إنفلونزا
Half kantoor heeft de griep.
griepprikA2
لقاح الإنفلونزا
Ouderen krijgen elk jaar een griepprik.
grijsA1
رمادي
De lucht is vandaag grijs.

