المفردات
29 كلمة · صفحة 1 من 2
aansturenB1
يدير، يوجّه
Zij stuurt een team van acht mensen aan.
afbouwenB2
يقلّص تدريجياً
Hij bouwt zijn uren langzaam af.
automatiserenB2
يؤتمت
Veel administratief werk is geautomatiseerd.
coördinerenB2
ينسّق
Zij coördineert het hele project.
delegerenB1
يفوّض
Een goede leidinggevende kan delegeren.
doorgroeienB2
يترقى
Binnen dit bedrijf kun je snel doorgroeien.
functionerenB1
يؤدي عمله
Hij functioneert goed in het team.
fuserenB2
يندمج
De twee scholen gaan fuseren.
implementerenB2
ينفّذ
Het nieuwe systeem wordt in maart geïmplementeerd.
innoverenB2
يبتكر
Bedrijven die niet innoveren, verdwijnen.
inwerkenB1
يدرّب الموظف الجديد
Een collega werkt je de eerste week in.
metselenB2
يبني بالطوب
Hij leerde metselen op de vakschool.
notulerenB2
يدوّن المحضر
Wie gaat er vandaag notuleren?
ontslaanA2
يفصل من العمل
Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.
optimaliserenB2
يُحسّن
Het proces is verder geoptimaliseerd.
opzeggenA2
يلغي، ينهي
Ik wil mijn contract opzeggen.
presterenB1
يؤدي بمستوى
Onder druk presteert hij juist beter.
prioriterenB2
يحدد الأولويات
We moeten onze taken beter prioriteren.
rapporterenB2
يرفع تقريراً
Je rapporteert rechtstreeks aan de directeur.
reorganiserenB2
يعيد التنظيم
De afdeling wordt volgend jaar gereorganiseerd.
samenwerkenB1
يتعاون
We moeten beter samenwerken.
solliciterenB1
يتقدم لوظيفة
Ik heb op drie vacatures gesolliciteerd.
standaardiserenB2
يوحّد المعايير
We willen de werkwijze standaardiseren.
thuiswerkenB2
العمل من المنزل
Twee dagen thuiswerken is nu normaal.
uitbestedenB2
يسند لجهة خارجية
Het bedrijf besteedt de administratie uit.

