Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

13 كلمة · صفحة 1 من 1

  • afwassenA2

    يغسل الأطباق

    Wie wast er vanavond af?

  • bakkenA2

    يقلي، يخبز

    Ik bak een ei voor het ontbijt.

  • bedervenA2

    يفسد

    Vlees bederft snel in de warmte.

  • bereidenA2

    يُعدّ (طعاما)

    Dit gerecht is makkelijk te bereiden.

  • bestellenA2

    يطلب

    Zullen we pizza bestellen?

  • drinkenA1

    يشرب

    Wat wil je drinken?

  • ontbijtenA2

    يتناول الفطور

    Wij ontbijten om zeven uur.

  • opwarmenA2

    يسخّن

    Warm het eten even op in de magnetron.

  • proberenA2

    يجرب

    Wil je dit even proberen?

  • proevenA2

    يتذوق

    Wil je even proeven of het goed is?

  • roerenA2

    يقلّب

    Blijf roeren tot de saus dik wordt.

  • snijdenA2

    يقطع

    Snijd de groente in kleine stukjes.

  • trakterenA2

    يضيّف

    Op je verjaardag trakteer je op gebak.