المفردات
4 كلمة · صفحة 1 من 1
samenwonenB2
يعيشان معاً
Zij gaan volgend jaar samenwonen.
slikkenB2
يبلع ريقه
Zij slikte even voordat ze antwoordde.
starenB2
يحدّق
Zij staarde uit het raam.
strevenB2
يسعى
Wij streven naar een oplossing voor het eind van het jaar.

