Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

4140 слов · страница 95 из 166

  • onderzoeksgroepB2

    исследовательская группа

    De onderzoeksgroep bestaat uit acht mensen.

  • onderzoeksmethodeB2

    метод исследования

    De gekozen onderzoeksmethode bepaalt de uitkomst.

  • onderzoeksopzetB2

    дизайн исследования

    De onderzoeksopzet bepaalt hoe sterk de conclusies zijn.

  • onderzoeksresultaatB2

    результат исследования

    De onderzoeksresultaten zijn nog niet gepubliceerd.

  • onderzoeksstageB2

    исследовательская стажировка

    De onderzoeksstage duurt een half jaar.

  • onderzoeksuitslagB1

    результат обследования

    De onderzoeksuitslag komt over een week.

  • onderzoeksveldB2

    область исследований

    Dit is een jong onderzoeksveld.

  • onderzoeksvraagB2

    исследовательский вопрос

    De onderzoeksvraag is te breed geformuleerd.

  • onenigheidB2

    разногласие

    Er ontstond onenigheid over de aanpak.

  • ongeduldB2

    нетерпение

    Hij wachtte vol ongeduld op het antwoord.

  • ongeduldigheidB2

    нетерпеливость

    Zijn ongeduldigheid viel iedereen op.

  • ongelijkheidB2

    неравенство

    De ongelijkheid tussen groepen neemt toe.

  • ongelukB2

    несчастный случай

    Het ongeluk gebeurde op de trap.

  • ongemakB2

    неловкость, дискомфорт

    Zijn opmerking veroorzaakte enig ongemak.

  • ongemakkelijkheidB2

    неловкость

    Er hing een zekere ongemakkelijkheid in de kamer.

  • onkostenvergoedingB2

    возмещение расходов

    Bewaar je bonnen voor de onkostenvergoeding.

  • onlinecursusB2

    онлайн-курс

    Zij volgt een onlinecursus Nederlands.

  • onlinereputatieB2

    репутация в сети

    Werkgevers kijken naar je onlinereputatie.

  • onmachtB2

    бессилие

    Hij voelde onmacht tegenover de bureaucratie.

  • onrustB2

    тревога, волнение

    Het bericht zorgde voor onrust onder bewoners.

  • ontbijtA2

    завтрак

    Ik sla het ontbijt nooit over.

  • ontdaanB2

    потрясённый

    Na het ongeluk was hij helemaal ontdaan.

  • ontevredenheidB2

    недовольство

    De ontevredenheid onder het personeel groeit.

  • ontgoochelingB2

    разочарование, крушение надежд

    De uitslag was een grote ontgoocheling.

  • onthechtingB2

    отстранённость

    Hij sprak met een zekere onthechting over het verleden.