Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

253 слов · страница 9 из 11

  • troostendB2

    утешительный

    Zij zei iets troostends.

  • trotsB2

    гордый; гордость

    Ze is trots op wat ze bereikt heeft.

  • typischA2

    типичный

    Dat is typisch Nederlands.

  • uitgelatenB2

    радостно-возбуждённый

    De kinderen waren uitgelaten na de uitslag.

  • vastberadenB2

    решительный

    Zij was vastberaden om door te gaan.

  • vasthoudendB2

    настойчивый

    Dankzij haar vasthoudende houding kwam de zaak rond.

  • veeleisendB2

    требовательный

    Het is een veeleisende baan.

  • vegetarischA2

    вегетарианский

    Hebben jullie ook vegetarische gerechten?

  • veiligA2

    безопасный

    Werk altijd veilig met deze machine.

  • verantwoordelijkB1

    ответственный

    Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen afval.

  • verbaasdA2

    удивлённый

    Ik was verbaasd over zijn antwoord.

  • verbolgenB2

    возмущённый

    Hij reageerde verbolgen op de beschuldiging.

  • verdrietigA2

    грустный

    Zij was verdrietig na het nieuws.

  • vergelijkbaarA2

    сопоставимый

    De prijzen zijn vergelijkbaar.

  • verhelderendB2

    проясняющий

    Zijn uitleg was verhelderend.

  • verkoudenA2

    простуженный

    Ik ben een beetje verkouden.

  • verlegenA2

    застенчивый

    Hij is nogal verlegen bij nieuwe mensen.

  • vermakelijkB2

    занимательный

    Het was een vermakelijke avond.

  • vermoedelijkB2

    предположительно

    De oorzaak is vermoedelijk een storing.

  • vermoeiendB2

    утомительный

    Zo'n discussie is vermoeiend.

  • verontrustB2

    встревоженный

    Deskundigen zijn verontrust over de cijfers.

  • verontrustendB2

    тревожный

    De ontwikkeling is verontrustend.

  • verrassendB2

    неожиданный

    De uitslag was verrassend.

  • versA2

    свежий

    Dit brood is niet meer vers.

  • verschillendA2

    различный

    We hebben verschillende opties bekeken.