Словарь
4140 слов · страница 79 из 166
lidstaatB2
государство-член
Elke lidstaat heeft een veto op dit punt.
lidwoordB2
артикль
Bij elk zelfstandig naamwoord hoort een lidwoord.
liefdadigheidB2
благотворительность
Zorg hoort geen kwestie van liefdadigheid te zijn.
liftA2
лифт
De lift is kapot.
lijstA2
список
Zet het op de lijst.
limonadeA1
лимонад
De kinderen krijgen limonade.
linnenB2
лён
Linnen kreukt snel.
lipA1
губа
Mijn lippen zijn droog van de kou.
literA2
литр
We hebben een liter melk nodig.
literatuurB2
литература
Hij studeerde Nederlandse literatuur.
literatuurstudieB2
обзор литературы
Het onderzoek begint met een literatuurstudie.
littekenB2
шрам
Het litteken is nauwelijks te zien.
live-uitzendingB2
прямой эфир
De live-uitzending begint om acht uur.
logistiekB2
логистика
De logistiek rond de haven is complex.
logoB2
логотип
Het logo staat op elke verpakking.
logopedistB2
логопед
De logopedist helpt bij uitspraakproblemen.
loketB2
окно приёма, стойка
Meld u bij loket drie.
loketmedewerkerB1
сотрудник окна приёма
De loketmedewerker hielp mij met het formulier.
longA1
лёгкое
Roken is slecht voor je longen.
longenB2
лёгкие
Roken beschadigt de longen onherstelbaar.
loodgieterB2
сантехник
De loodgieter komt morgenochtend.
loonA2
заработная плата
Het loon wordt per week uitbetaald.
loonbelastingB1
подоходный налог с зарплаты
De loonbelasting wordt direct ingehouden.
loondienstB2
работа по найму
Hij werkt liever in loondienst dan als zelfstandige.
loonkloofB2
разрыв в оплате труда
De loonkloof tussen mannen en vrouwen bestaat nog.

