Словарь
4598 слов · страница 79 из 184
de koningA1
король
De koning opende het parlementaire jaar.
de koninginA2
королева
De koningin bezocht het ziekenhuis.
de KoningsdagA2
День короля
Op Koningsdag is het hele land oranje.
het koningshuisB2
королевский дом
Het koningshuis heeft vooral een ceremoniële rol.
het koninkrijkB1
королевство
Nederland is een koninkrijk met een koning als staatshoofd.
het kookboekA2
кулинарная книга
Dit recept staat in mijn kookboek.
het kookpuntB2
точка кипения
Het kookpunt van water ligt op honderd graden.
de koolA1
капуста
In de winter eten we vaak kool.
уголь
Vroeger stookten ze de kachel op kool.
het koolhydraatB2
углевод
Brood bestaat vooral uit koolhydraten.
de koopA2
покупка, продажа
Het huis van onze buren staat te koop.
het koopgedragB2
покупательское поведение
Het koopgedrag van consumenten is veranderd.
het koopjeA2
выгодная покупка
Die jas was echt een koopje.
de koopkrachtB2
покупательная способность
De koopkracht van huishoudens is gedaald.
de koopkrachtdalingB2
падение покупательной способности
De koopkrachtdaling treft huurders het hardst.
de koopkrachtontwikkelingB2
динамика покупательной способности
De koopkrachtontwikkeling was dit jaar negatief.
het koopkrachtverliesB2
потеря покупательной способности
Door inflatie ontstaat koopkrachtverlies.
de koopovereenkomstB2
договор купли-продажи
De koopovereenkomst is schriftelijk vastgelegd.
de koopwoningB2
жильё в собственности
Een koopwoning is voor starters onbereikbaar.
het koorB1
хор
Mijn moeder zingt in een koor van de kerk.
de koortsA2
жар, высокая температура
Het kind heeft koorts.
de kopA2
чашка; голова (животного)
Wil je een kop thee of liever koffie?
de koperB1
покупатель; медь
De koper van ons huis wil in juni verhuizen.
de kopieB1
копия
Neem een kopie van je diploma mee.
het kopieerapparaatB2
копировальный аппарат
Het kopieerapparaat staat op de gang.
het kopjeA1
чашка
Wil je een kopje thee?

