Словарь
4140 слов · страница 77 из 166
leestekenB2
знак препинания
De komma is het lastigste leesteken.
leestekstB1
текст для чтения
Elke leestekst heeft vier vragen.
leesvaardigheidB1
навык чтения
Mijn leesvaardigheid is beter dan mijn spreekvaardigheid.
leeszaalB2
читальный зал
In de leeszaal moet je stil zijn.
legalisatieB2
легализация документов
Buitenlandse akten hebben legalisatie nodig.
legerB2
армия
Het leger hielp bij de evacuatie.
legeringB2
сплав
Brons is een legering van koper en tin.
legitimatieB1
удостоверение личности
Bij de balie moet u legitimatie tonen.
leiderschapsstijlB2
стиль руководства
Zijn leiderschapsstijl is vrij directief.
leidinggevendeB1
руководитель
Bespreek dat met je leidinggevende.
leidingwerkB2
трубопроводы
Het leidingwerk zit weggewerkt in de muur.
leningB1
кредит, заём
Hij sloot een lening af voor de auto.
lenteA1
весна
In de lente bloeien de tulpen.
lepelA1
ложка
Ik eet soep met een lepel.
leraarA2
учитель
De leraar legt het nog een keer uit.
lesmateriaalA2
учебные материалы
Het lesmateriaal krijg je bij de eerste les.
lesmethodeB1
методика преподавания
Deze lesmethode werkt goed voor volwassenen.
lesroosterA2
расписание занятий
Het lesrooster hangt bij de ingang.
lesuitvalB1
отмена занятий
Door ziekte was er veel lesuitval.
lesuurA2
учебный час
Een lesuur duurt vijftig minuten.
lesvoorbereidingB1
подготовка к уроку
De lesvoorbereiding kost de docent veel tijd.
letselB2
телесное повреждение
Er was gelukkig geen blijvend letsel.
letterA1
буква
Schrijf je naam met grote letters.
lettergreepB2
слог
Dit woord heeft vier lettergrepen.
lettertypeB2
шрифт
Kies een goed leesbaar lettertype.

