Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

4398 слов · страница 161 из 176

  • het vooroordeelB2

    предубеждение

    Vooroordelen verdwijnen niet vanzelf.

  • de voorraadA2

    запас, наличие

    We hebben het niet meer op voorraad.

  • het voorraadbeheerB2

    управление запасами

    Goed voorraadbeheer voorkomt verspilling.

  • de voorraadkastA2

    кладовая для продуктов

    Het meel staat in de voorraadkast.

  • de voorrangB1

    преимущество проезда

    Fietsers hebben hier voorrang.

  • de voorrangswegB2

    главная дорога

    Dit is een voorrangsweg, dus je moet wachten.

  • de voorstanderB2

    сторонник

    Ik ben een voorstander van meer fietspaden.

  • het voorstelB1

    предложение (идея)

    Ik heb een voorstel voor ons volgende uitje.

  • de voorstellingB2

    спектакль, представление

    De voorstelling begint om acht uur.

  • de voortgangB1

    прогресс

    Je kunt je voortgang online volgen.

  • de vooruitgangB1

    прогресс, развитие

    Er is veel vooruitgang geboekt in de zorg.

  • de voorverkoopB2

    предварительная продажа

    In de voorverkoop is het goedkoper.

  • de voorwaardeA2

    условие

    Lees eerst de voorwaarden.

  • het voorwerpB1

    предмет (вещь)

    Laat geen waardevolle voorwerpen achter in de auto.

  • het voorwoordB2

    предисловие

    In het voorwoord bedankt zij haar collega's.

  • de voorzieningB1

    услуга, инфраструктура

    In de wijk zijn goede voorzieningen.

  • de voorzitterB1

    председатель

    De voorzitter opent de vergadering om acht uur.

  • de vorkA1

    вилка

    Er ligt geen vork op tafel.

  • de vormB1

    форма (очертание)

    Deze tafel heeft een ronde vorm.

  • de vormgeverB2

    график-дизайнер

    De vormgever maakte de hele huisstijl.

  • de vormgevingB2

    оформление

    De vormgeving van het tijdschrift is vernieuwd.

  • de vormingB2

    формирование; образование

    Een stage is belangrijk voor de vorming van studenten.

  • de vorstB1

    мороз

    Vannacht wordt er vorst verwacht.


    монарх, государь

    De vorst opende zelf het nieuwe gebouw.

  • de vraagA1

    вопрос

    Mag ik u een vraag stellen over het formulier?

  • het vraaggesprekB2

    беседа-интервью

    Het vraaggesprek verscheen in de krant.