Словарь
634 слов · страница 10 из 26
investerenB2
investeerde · hebben geïnvesteerd
инвестировать
De overheid investeert in nieuwe woningen.
invoerenB2отделяемый
voerde in · hebben ingevoerd
вводить (закон, меру)
De nieuwe wet wordt volgend jaar ingevoerd.
вводить, вносить (данные)
Vul het formulier in en voer je gegevens in.
invullenA2отделяемый
vulde in · hebben ingevuld
заполнять
Vul het formulier volledig in.
inwerkenB1отделяемый
werkte in · hebben ingewerkt
вводить в курс дела
Een collega werkt je de eerste week in.
inzamelenB1отделяемый
zamelde in · hebben ingezameld
собирать (мусор, деньги)
De gemeente komt op dinsdag het oud papier inzamelen.
zich inzettenB1отделяемыйвозвратный
zette in · hebben ingezet
стараться ради, прилагать усилия
Zij zet zich in voor de buurt.
irriterenB2
irriteerde · hebben geïrriteerd
раздражать
Dat geluid irriteert mij mateloos.
kamperenB1
kampeerde · hebben gekampeerd
жить в палатке
We gaan deze zomer kamperen in Frankrijk.
kennenA1
kende · hebben gekend
знать (кого-то)
Ken je die man?
kiemenB2
kiemde · zijn gekiemd
прорастать
De zaden kiemen na een week.
kiezenA1неправильный
koos · kozen · hebben gekozen
выбирать
Je moet zelf kiezen.
kijkenA1неправильный
keek · keken · hebben gekeken
смотреть
We kijken vanavond naar een film.
klaarmakenA2отделяемый
maakte klaar · hebben klaargemaakt
приготовить
Ik maak het eten klaar.
klagenB1
klaagde · hebben geklaagd
жаловаться
De buren klagen over het lawaai.
klikkenA2
klikte · hebben geklikt
кликать, нажимать
Klik op de blauwe knop om verder te gaan.
klinkenB1неправильный
klonk · klonken · hebben geklonken
звучать
Dat plan klinkt goed, laten we het proberen.
kloppenA2
klopte · hebben geklopt
быть верным; стучать
Klopt dit adres?
klussenB1
kluste · hebben geklust
мастерить, делать ремонт своими руками
Mijn buurman is elke zaterdag in zijn huis aan het klussen.
knikkenB2
knikte · hebben geknikt
кивать
Hij knikte instemmend.
knippenA2
knipte · hebben geknipt
стричь, резать (ножницами)
Ik laat morgen mijn haar knippen bij de kapper.
koesterenB2
koesterde · hebben gekoesterd
лелеять, дорожить
Zij koestert de herinnering aan die zomer.
kokenA2
kookte · hebben gekookt
готовить
Wie kookt er vanavond?
кипеть
Wacht tot het water kookt en doe dan de pasta erin.
komenA1неправильный
kwam · kwamen · zijn gekomen
приходить
Kom je vanavond ook?
kopenA1неправильный
kocht · kochten · hebben gekocht
покупать
Ik koop brood bij de bakker.
koppelenB2
koppelde · hebben gekoppeld
связывать, подключать
Je kunt je telefoon aan de auto koppelen.

