Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

253 слов · страница 10 из 11

  • vervelendB2

    неприятный, нудный

    Wat vervelend dat je ziek bent.

  • vervroegdB2

    досрочный

    Hij ging vervroegd met pensioen.

  • verziendB2

    дальнозоркий

    Met de jaren wordt bijna iedereen verziend.

  • viesA1

    грязный

    Je schoenen zijn vies.

  • volA1

    полный

    De bus is helemaal vol.

  • volgendA1

    следующий

    Volgende week begin ik met de cursus.

  • voorwaardelijkB2

    условный

    De straf is deels voorwaardelijk.

  • vorigA1

    прошлый, предыдущий

    Vorig jaar woonde ik nog in Polen.

  • vriendA1

    друг

    Hij is een goede vriend van mij.

  • vrolijkA2

    весёлый

    Zij is altijd vrolijk op haar werk.

  • waardevolB2

    ценный

    Zijn advies was waardevol.

  • wanhopigB2

    отчаянный

    Hij zocht wanhopig naar een oplossing.

  • warmA1

    тёплый, горячий

    De soep is nog warm.

  • weinigA1

    мало

    Ik heb weinig tijd.

  • welwillendB2

    благожелательный

    De directie stond welwillend tegenover het voorstel.

  • werkloosB1

    безработный

    Hij is sinds januari werkloos.

  • wetenschappelijkB2

    научный

    Er is wetenschappelijk bewijs voor deze aanpak.

  • witA1

    белый

    De muren zijn wit geverfd.

  • zelfstandigB1

    самостоятельный

    Je moet in deze functie zelfstandig kunnen werken.

  • zenuwachtigA2

    нервничающий

    Ik ben zenuwachtig voor het examen.

  • zinloosB2

    бессмысленный

    Verder discussiëren was zinloos.

  • zinvolB2

    осмысленный

    Vrijwilligerswerk voelt zinvol.

  • zoetA2

    сладкий

    Deze appel is heel zoet.

  • zorgvuldigB2

    тщательный

    Zij werkt langzaam maar zorgvuldig.

  • zorgwekkendB2

    вызывающий опасения

    Zijn toestand is zorgwekkend.