Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

121 слов · страница 1 из 5

  • zaagB2

    пила

    Met deze zaag gaat het sneller.

  • zaaigoedB2

    посевной материал

    Het zaaigoed komt uit eigen oogst.

  • zachtA1

    мягкий

    Dit kussen is lekker zacht.

  • zakA1

    карман; мешок

    Mijn sleutels zitten in mijn zak.

  • zalfA2

    мазь

    Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.

  • zalmB2

    лосось

    Zalm trekt de rivier op om te paaien.

  • zandbankB2

    песчаная отмель

    Het schip liep op een zandbank.

  • zandgrondB2

    песчаная почва

    Zandgrond droogt sneller uit.

  • zaterdagA1

    суббота

    Op zaterdag doe ik boodschappen.

  • zebrapadA2

    пешеходный переход

    Steek over bij het zebrapad.

  • zeeB1

    море

    De zee is vandaag onrustig.

  • zeearmB2

    морской залив-рукав

    De zeearm werd afgesloten met een dam.

  • zeefB2

    сито, дуршлаг

    Giet de pasta af in een zeef.

  • zeepA1

    мыло

    Was je handen met zeep.

  • zeespiegelB2

    уровень моря

    De zeespiegel stijgt langzaam.

  • zeespiegelstijgingB2

    подъём уровня моря

    Zeespiegelstijging bedreigt laaggelegen landen.

  • zeevaartB2

    мореплавание

    De zeevaart bracht het land welvaart.

  • zekerA2

    уверенный, точно

    Weet je dat zeker?

  • zelfA1

    сам

    Dat heb ik zelf gemaakt.

  • zelfbeeldB2

    самооценка, образ себя

    Sociale media beïnvloeden het zelfbeeld van jongeren.

  • zelfbeheersingB2

    самообладание

    Hij verloor even zijn zelfbeheersing.

  • zelfredzaamheidB2

    самостоятельность (в быту)

    De zorg is gericht op zelfredzaamheid van de patiënt.

  • zelfscankassaB2

    касса самообслуживания

    Bij de zelfscankassa is bijna nooit rij.

  • zelfspotB2

    самоирония

    Zelfspot maakt iemand sympathiek.

  • zelfstandigeB2

    самозанятый

    Als zelfstandige regel je je eigen pensioen.