Словарь
182 слов · страница 3 из 8
teenA1
палец ноги
Ik stootte mijn teen tegen de tafel.
tegenargumentB2
контраргумент
Op dat tegenargument had hij geen antwoord.
tegenstellingB2
противоположность, противоречие
Er zit een tegenstelling in zijn verhaal.
tegenvallerB2
неприятная неожиданность
De rekening van de tandarts was een flinke tegenvaller.
tegenwerpingB2
возражение
Hij had op elke tegenwerping een antwoord.
tegoedA2
остаток средств
Er staat nog tegoed op mijn kaart.
tekstopbouwB2
построение текста
Let op de tekstopbouw van je betoog.
tekstschrijverB2
копирайтер
De tekstschrijver werkt freelance.
tekstsoortB2
тип текста
Elke tekstsoort heeft eigen conventies.
telefoonA1
телефон
Mijn telefoon is leeg.
telefoonabonnementB2
тарифный план
Mijn telefoonabonnement loopt maandelijks af.
telefoonafspraakB1
договорённость о звонке
We maken een telefoonafspraak voor donderdag.
telefoongesprekB1
телефонный разговор
Na het telefoongesprek was alles duidelijk.
telefoonnotitieB2
запись телефонного сообщения
Ik heb een telefoonnotitie op je bureau gelegd.
teleurstellingB2
разочарование
De uitslag was een grote teleurstelling.
televisieA1
телевизор
De televisie staat de hele dag aan.
temperatuurB1
температура
De temperatuur daalt vannacht.
temperatuurstijgingB1
рост температуры
De temperatuurstijging is duidelijk zichtbaar.
temperatuurverloopB2
динамика температуры
Het temperatuurverloop staat in de grafiek.
tempoB1
темп
Het tempo van de cursus ligt hoog.
tentamenB2
зачёт, экзамен в вузе
Het tentamen is over drie weken.
tentoonstellingB1
выставка
In het museum is een nieuwe tentoonstelling.
terloopsB2
мимоходом
Hij noemde het terloops in het gesprek.
termijnB1
срок; часть платежа
Je kunt in termijnen betalen.
termijnbedragB2
сумма ежемесячного платежа
Het termijnbedrag gaat in januari omhoog.

