Словарь
183 слов · страница 2 из 8
het takenpakketB1
круг обязанностей
Mijn takenpakket is dit jaar uitgebreid.
het talentB1
талант
Mijn dochter heeft talent voor tekenen.
de tandA1
зуб
Er is een tand afgebroken.
de tandartsA2
стоматолог
Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts.
de tandenborstelA1
зубная щётка
Vergeet je tandenborstel niet.
de tanteA1
тётя
Mijn tante komt op bezoek.
het tapijtA2
ковёр
We hebben een nieuw tapijt gelegd.
de tasA1
сумка
Mijn tas staat naast de stoel.
de tastzinB2
осязание
De tastzin in zijn vingers is verminderd.
de tatoeageB2
татуировка
Een tatoeage laten verwijderen is duur.
de taxatieB2
оценка недвижимости
De bank eist een taxatie van de woning.
de taxiA2
такси
We namen een taxi naar het hotel.
het teamA2
команда
Ik werk in een klein team van vijf collega's.
de teambuildingB2
тимбилдинг
De middag stond in het teken van teambuilding.
de teamgeestB1
командный дух
De teamgeest is hier goed.
de teamleiderB1
руководитель группы
Vraag het even aan de teamleider.
het teamoverlegB1
командное совещание
Het teamoverleg is op dinsdagochtend.
de teamsportB1
командный спорт
Voetbal is de bekendste teamsport.
de teamvergaderingA2
собрание команды
De teamvergadering is elke maandag.
de techniekB1
техника; приём
Hij heeft veel interesse in techniek en computers.
de technologieA2
технология
Nieuwe technologie verandert de arbeidsmarkt.
de teenA1
палец ноги
Ik stootte mijn teen tegen de tafel.
het tegenargumentB2
контраргумент
Op dat tegenargument had hij geen antwoord.
de tegenstanderB1
противник, соперник
Onze tegenstander was veel sterker dan wij.
de tegenstellingB2
противоположность, противоречие
Er zit een tegenstelling in zijn verhaal.

