Словарь
7 слов · страница 1 из 1
naarA1
к, в (направление)
Ik ga naar mijn werk.
nadenkenA2
обдумывать
Ik moet er nog even over nadenken.
nastrevenB2
добиваться (цели)
Welk doel streef je precies na?
navragenB1
уточнять, узнавать
Ik zal het even navragen bij de gemeente.
nemenA1
брать
Ik neem de trein van acht uur.
notulerenB2
вести протокол
Wie gaat er vandaag notuleren?
nuancerenB2
уточнять, смягчать формулировку
Ik wil die uitspraak wel nuanceren.

