Словарь
154 слов · страница 1 из 7
haarA1
волосы
Zij heeft lang haar.
hagelB2
град
De hagel beschadigde de gewassen.
hagelslagA1
шоколадная посыпка
Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.
halteA2
остановка
De halte is om de hoek.
hamA1
ветчина
Ik neem een boterham met ham.
hamerB2
молоток
Sla de spijker met de hamer erin.
handA1
рука (кисть)
Was je handen voor het eten.
handdoekA1
полотенце
De handdoek hangt in de badkamer.
handelsbalansB2
торговый баланс
Nederland heeft een positieve handelsbalans.
handelsgeestB2
торговая жилка
De Nederlandse handelsgeest is spreekwoordelijk.
handelsoverschotB2
положительное сальдо торговли
Nederland heeft een groot handelsoverschot.
handelsregisterB2
торговый реестр
Elk bedrijf staat in het handelsregister.
handgebaarB2
жест рукой
Datzelfde handgebaar betekent elders iets anders.
handhavingB2
обеспечение соблюдения правил
Zonder handhaving blijft de regel een papieren tijger.
handhygiëneB2
гигиена рук
Goede handhygiëne voorkomt de meeste besmettingen.
handicapB2
инвалидность
Met een handicap heb je recht op aanpassingen.
handleidingB2
руководство
De handleiding staat online in zes talen.
haringB2
сельдь
Verse haring eet je met ui.
harkB2
грабли
Hark de bladeren bij elkaar.
hartA1
сердце
Mijn hart klopt snel.
hartelijkheidB2
сердечность
De hartelijkheid van de buren viel op.
hartfilmpjeB2
электрокардиограмма
Er werd meteen een hartfilmpje gemaakt.
hartslagA1
пульс, сердцебиение
Mijn hartslag gaat snel na het sporten.
hashtagB2
хештег
De hashtag stond de hele dag bovenaan.
havenarbeiderB2
портовый рабочий
De havenarbeiders legden het werk neer.

