Словарь
409 слов · страница 13 из 17
boodschappenA2
продукты, покупки
Ik doe zaterdag boodschappen.
boodschappenlijstjeA2
список покупок
Ik maak altijd een boodschappenlijstje.
boodschappentasA2
сумка для покупок
Neem je eigen boodschappentas mee.
boomB1
дерево
Voor het huis staat een grote boom.
boomsoortB1
порода деревьев
Welke boomsoort groeit hier het beste?
boonA1
фасоль, боб
Er staan bonen op het menu.
boormachineB2
дрель
Mag ik je boormachine even lenen?
bordA1
тарелка
Zet de borden op tafel.
borgA2
залог
De borg krijg je later terug.
borgsomB2
залог за жильё
De borgsom krijg je terug bij vertrek.
borrelB2
неформальные посиделки с напитками
Na het werk is er een borrel.
borstA1
грудь
Hij voelt pijn op zijn borst.
borstvoedingB2
грудное вскармливание
Zij geeft de eerste maanden borstvoeding.
bosB1
лес
We wandelen graag in het bos.
bosbeheerB2
лесное хозяйство
Duurzaam bosbeheer levert een keurmerk op.
bosgebiedB1
лесной массив
Het bosgebied is beschermd.
boterA1
масло
Doe wat boter op je brood.
boterhamA1
бутерброд
Ik neem twee boterhammen mee.
bouwsectorB2
строительный сектор
In de bouwsector is een groot personeelstekort.
bouwtekeningB2
строительный чертёж
Op de bouwtekening staat alles ingetekend.
brainstormsessieB2
мозговой штурм
De brainstormsessie leverde twintig ideeën op.
brandnetelB2
крапива
Pas op voor de brandnetels.
brandstofprijsB2
цена на топливо
De brandstofprijzen schommelen sterk.
brandwondB2
ожог
Koel een brandwond meteen met lauw water.
breedA1
широкий
Dit is een brede straat.

