Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

41 слов · страница 1 из 2

  • bakkenA2

    жарить, печь

    Ik bak een ei voor het ontbijt.

  • bedankenA2

    благодарить

    Ik wil je bedanken voor je hulp.

  • bedervenA2

    портиться

    Vlees bederft snel in de warmte.

  • bedoelenB1

    иметь в виду

    Wat bedoel je precies?

  • beginnenA2

    начинать(ся)

    De les begint om negen uur.

  • begrijpenB1

    понимать

    Ik begrijp de vraag niet helemaal.

  • bekritiserenB2

    критиковать

    De pers bekritiseerde het besluit scherp.

  • belevenB2

    переживать

    Iedereen beleeft zo'n dag anders.

  • belovenB1

    обещать

    Hij beloofde het morgen af te maken.

  • bemiddelenB2

    выступать посредником

    Een collega bemiddelde in het conflict.

  • benaderenB1

    обращаться к

    U kunt ons per e-mail benaderen.

  • benadrukkenB2

    подчёркивать

    Zij benadrukte het belang van goede afspraken.

  • benijdenB2

    завидовать

    Ik benijd haar rust niet weinig.

  • beogenB2

    иметь целью

    De wet beoogt meer duidelijkheid.

  • beoordelenB2

    оценивать (работу)

    De docent beoordeelt het werk anoniem.

  • bepalenA2

    определять

    Jij mag bepalen waar we eten.

  • bereidenA2

    готовить (блюдо)

    Dit gerecht is makkelijk te bereiden.

  • bereikenA2

    достигать; связаться

    Je kunt mij het beste per mail bereiken.

  • berustenB2

    смиряться

    Uiteindelijk berustte hij in de situatie.

  • besluitenA2

    решать

    We hebben besloten te verhuizen.

  • besprekenB1

    обсуждать

    Dat bespreken we morgen in de vergadering.

  • bestaanA2

    существовать

    Zo'n regel bestaat hier niet.

  • bestellenA2

    заказывать

    Zullen we pizza bestellen?

  • bestrijdenB2

    оспаривать

    Hij bestrijdt die conclusie met cijfers.

  • betalenA2

    платить

    Kan ik met pin betalen?