Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

444 woorden · pagina 1 van 18

  • aanbiedenA2scheidbaaronregelmatig

    bood aan · boden aan · hebben aangeboden

    to offer

    Zij bood aan om te helpen.

  • aandringenB1scheidbaaronregelmatig

    drong aan · drongen aan · hebben aangedrongen

    to insist

    Hij bleef aandringen op een antwoord.

  • aangevenB1scheidbaaronregelmatig

    gaf aan · gaven aan · hebben aangegeven

    to indicate; to report

    Geef op het formulier aan of u allergieën heeft.

  • zich aankledenA2scheidbaarwederkerend

    kleedde aan · hebben aangekleed

    to get dressed

    Ik kleed me snel aan en ga naar mijn werk.

  • aankomenA2scheidbaaronregelmatig

    kwam aan · kwamen aan · zijn aangekomen

    to arrive

    Wij komen om acht uur aan.


    to put on weight

    Sinds de winter is hij vijf kilo aangekomen.

  • zich aanmeldenB1scheidbaarwederkerend

    meldde aan · hebben aangemeld

    to register, to sign up

    U kunt zich online aanmelden.

  • aannemenB1scheidbaaronregelmatig

    nam aan · namen aan · hebben aangenomen

    to hire; to accept; to assume

    Het bedrijf neemt dit jaar tien nieuwe mensen aan.


    to assume, to suppose

    Ik neem aan dat je morgen ook komt.

  • aanpassenA2scheidbaar

    paste aan · hebben aangepast

    to adjust, to adapt (something)

    We passen het rooster aan de vakantie aan.


    zich aanpassenwederkerend

    to adapt (oneself), to adjust

    Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.

  • aanradenB1scheidbaaronregelmatig

    raadde aan · raadden aan · hebben aangeraden

    to recommend

    Ik raad je aan om vroeg te komen.

  • aanrakenA2scheidbaar

    raakte aan · hebben aangeraakt

    to touch

    Raak de hete pan niet aan.

  • aansprekenB1scheidbaaronregelmatig

    sprak aan · spraken aan · hebben aangesproken

    to address, to speak to

    Ik durfde hem er niet op aan te spreken.

  • aansturenB1scheidbaar

    stuurde aan · hebben aangestuurd

    to manage, to lead

    Zij stuurt een team van acht mensen aan.

  • aanvragenB1scheidbaaronregelmatig

    vroeg aan · vroegen aan · hebben aangevraagd

    to apply for

    Je kunt de toeslag online aanvragen.

  • aanvullenB1scheidbaar

    vulde aan · hebben aangevuld

    to add to, to supplement

    Wil iemand dat nog aanvullen?

  • accepterenB1

    accepteerde · hebben geaccepteerd

    to accept (an offer, a situation)

    Ik heb het aanbod van mijn nieuwe werkgever geaccepteerd.

  • ademenB1

    ademde · hebben geademd

    to breathe

    Probeer rustig te ademen.

  • aflopenB1scheidbaaronregelmatig

    liep af · liepen af · zijn afgelopen

    to end, to expire

    Mijn paspoort gaat volgende maand aflopen.

  • aflossenB1scheidbaar

    loste af · hebben afgelost

    to pay off

    We lossen de lening in tien jaar af.

  • zich afmeldenB1scheidbaarwederkerend

    meldde af · hebben afgemeld

    to cancel one's registration

    Vergeet niet je af te melden als je niet komt.

  • afrekenenA2scheidbaar

    rekende af · hebben afgerekend

    to pay (at the till)

    Ik ga even afrekenen.

  • afsluitenB1scheidbaaronregelmatig

    sloot af · sloten af · hebben afgesloten

    to conclude (a contract); to close off; to lock

    Wij hebben een nieuwe zorgverzekering afgesloten.

  • afsprekenB1scheidbaaronregelmatig

    sprak af · spraken af · hebben afgesproken

    to arrange, to agree

    Zullen we iets afspreken voor vrijdag?

  • zich afvragenB1scheidbaarwederkerendonregelmatig

    vroeg af · vroegen af · hebben afgevraagd

    to wonder

    Ik vraag me af of dat wel klopt.

  • afwassenA2scheidbaaronregelmatig

    waste af · wasten af · hebben afgewassen

    to do the dishes

    Wie wast er vanavond af?

  • afwijzenB1scheidbaaronregelmatig

    wees af · wezen af · hebben afgewezen

    to reject

    Mijn aanvraag is afgewezen.