Woordenschat
804 woorden · pagina 9 van 33
functietitelA2
job title
Wat is je functietitel precies?
gangA1
hallway
Zet je schoenen in de gang.
garageA1
garage
De fiets staat in de garage.
garantieA2
warranty
Er zit twee jaar garantie op.
gauwA1
soon
Tot gauw!
gebakA1
pastry, cake
Bij de koffie was er gebak.
gebruikA2
use
Het gebruik van de app is gratis.
geïrriteerdA2
irritated
Hij raakte geïrriteerd door het wachten.
geldA2
money
Ik heb geen geld bij me.
geldautomaatA2
cash machine, ATM
Er staat een geldautomaat bij de supermarkt.
geldbedragA2
sum of money
Vul het geldbedrag in cijfers in.
geldzorgenA2
money worries
Veel gezinnen hebben geldzorgen.
geluidsoverlastA2
noise nuisance
We hebben veel geluidsoverlast van de buren.
gelukA1
luck, happiness
Veel geluk met je nieuwe baan!
gemiddeldA2
on average
Ik werk gemiddeld dertig uur per week.
gerechtA2
dish
Dit gerecht is een specialiteit hier.
gereedschapA1
tools
Het gereedschap ligt in de schuur.
getalA1
number (numeral)
Schrijf het getal in cijfers.
getrouwdA1
married
Zij is al tien jaar getrouwd.
gevolgA2
consequence
Dat heeft grote gevolgen voor ons.
gewondA2
injured
Bij het ongeluk raakte niemand gewond.
gewoonteA2
habit
Vroeg opstaan is een goede gewoonte.
gezichtA1
face
Was je gezicht met koud water.
gezinA1
household family
Ons gezin bestaat uit vier personen.
gezondheidstoestandA2
state of health
Zijn gezondheidstoestand is stabiel.

