Woordenschat
Filters1
396 woorden · pagina 6 van 16
hongerA1
hunger
Ik heb honger.
honingA1
honey
Doe wat honing in je thee.
hoofdA1
head
Mijn hoofd doet pijn.
horlogeA1
watch
Mijn horloge loopt achter.
huidA1
skin
Bescherm je huid tegen de zon.
huisA1
house
Ik woon in een klein huis.
huisgenootA1
housemate
Mijn huisgenoot kookt vanavond.
huwelijkA1
marriage, wedding
Hun huwelijk was in juni.
iedereA1
every, each
Iedere maandag heb ik les.
ijsA1
ice, ice cream
De kinderen willen een ijsje.
jaarA1
year
Ik woon hier al drie jaar.
jamA1
jam
Ik eet brood met jam.
januariA1
January
Mijn cursus begint in januari.
jasA1
coat
Doe je jas aan, het is koud.
jongenA1
boy
Die jongen is mijn zoon.
juliA1
July
In juli gaan we op vakantie.
juniA1
June
In juni beginnen de examens.
jurkA1
dress
Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.
kaarsA1
candle
Op tafel brandt een kaars.
kaartA1
card; map
Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.
kaasA1
cheese
Nederlandse kaas is bekend in de wereld.
kachelA1
heater, stove
Zet de kachel wat hoger.
kamA1
comb
Mag ik je kam even lenen?
kamerA1
room
Mijn kamer is niet zo groot.
kaneelA1
cinnamon
Doe wat kaneel op de appels.

