Woordenschat
Filters1
Onderwerpen
1493 woorden · pagina 58 van 60
winkelA2
shop
De winkel is op zondag gesloten.
winkelcentrumA2
shopping centre
Het winkelcentrum is net verbouwd.
winkelierA2
shopkeeper
De winkelier kent al zijn klanten.
winkelketenA2
retail chain
Deze winkelketen heeft filialen door het hele land.
winkelmandjeA2
shopping basket
Voor een paar dingen pak ik een winkelmandje.
winkelpersoneelA2
shop staff
Het winkelpersoneel helpt je graag.
winkeltijdenA2
opening hours
De winkeltijden staan op de deur.
winkelwagenA2
shopping trolley
Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.
winterA1
winter
De winter is hier nat en koud.
woensdagA1
Wednesday
Woensdag zijn de kinderen vrij.
wolkB1
cloud
Er hangen donkere wolken.
wondA1
wound
Maak de wond eerst schoon.
wondgenezingB1
wound healing
De wondgenezing verloopt goed.
wondverzorgingA2
wound care
De verpleegkundige doet de wondverzorging.
woningA2
dwelling
Een betaalbare woning vinden is moeilijk.
woningcorporatieA2
housing association
De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.
woonadresA2
home address
Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.
woonkamerA1
living room
De woonkamer is het grootst.
woonlastenB1
housing costs
De woonlasten zijn dit jaar flink gestegen.
woonruimteA2
living space
Woonruimte is in deze stad schaars.
woordA1
word
Ik ken dit woord nog niet.
woordenboekA2
dictionary
Zoek het woord op in het woordenboek.
woordkeuzeB1
word choice
Let op je woordkeuze in een formele brief.
worstA1
sausage
Bij de slager kocht ik worst.
wortelA1
carrot
Doe de wortels in de soep.

