EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

396 woorden · pagina 5 van 16

  • gezichtA1

    face

    Was je gezicht met koud water.

  • gezinA1

    household family

    Ons gezin bestaat uit vier personen.

  • glasA1

    glass

    Mag ik een glas water?

  • goedA1

    good

    Het gaat goed met mij.

  • goedemorgenA1

    good morning

    Goedemorgen, komt u binnen.

  • goedenavondA1

    good evening

    Goedenavond, komt u binnen.

  • goedendagA1

    good day

    Goedendag, waarmee kan ik u helpen?

  • gootsteenA1

    sink

    De vuile borden staan in de gootsteen.

  • grijsA1

    grey

    De lucht is vandaag grijs.

  • grootA1

    big

    Zij wonen in een groot huis.

  • haarA1

    hair

    Zij heeft lang haar.

  • hagelslagA1

    chocolate sprinkles

    Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.

  • hamA1

    ham

    Ik neem een boterham met ham.

  • handA1

    hand

    Was je handen voor het eten.

  • handdoekA1

    towel

    De handdoek hangt in de badkamer.

  • hartA1

    heart

    Mijn hart klopt snel.

  • hartslagA1

    heartbeat

    Mijn hartslag gaat snel na het sporten.

  • hekA1

    fence, gate

    Doe het hek achter je dicht.

  • helftA1

    half (the half)

    De helft van de klas was ziek.

  • herfstA1

    autumn

    In de herfst waait het vaak hard.

  • hersenenA1

    brain

    Slaap is belangrijk voor je hersenen.

  • heupA1

    hip

    Mijn oma heeft een nieuwe heup.

  • hoekA1

    corner

    De bakker zit om de hoek.

  • hoelangA1

    how long

    Hoelang woon je al in Nederland?

  • hoeveelA1

    how much, how many

    Hoeveel kost dit?