Woordenschat
Filters1
Onderwerpen
113 woorden · pagina 5 van 5
volgendA1
next
Volgende week begin ik met de cursus.
vorigA1
previous, last
Vorig jaar woonde ik nog in Polen.
vriendA1
friend
Hij is een goede vriend van mij.
vrolijkA2
cheerful, merry
Zij is altijd vrolijk op haar werk.
warmA1
warm, hot
De soep is nog warm.
weinigA1
little, few
Ik heb weinig tijd.
werkloosB1
unemployed
Hij is sinds januari werkloos.
witA1
white
De muren zijn wit geverfd.
zelfstandigB1
independent
Je moet in deze functie zelfstandig kunnen werken.
zenuwachtigA2
nervous
Ik ben zenuwachtig voor het examen.
zoetA2
sweet
Deze appel is heel zoet.
zuurA2
sour
De melk is zuur geworden.
zwartA1
black
Hij heeft zwarte schoenen aan.

