Woordenschat
1230 woorden · pagina 45 van 50
voortaanA2
from now on
Voortaan doen we het anders.
voorwaardeA2
condition, term
Lees eerst de voorwaarden.
vorigA1
previous, last
Vorig jaar woonde ik nog in Polen.
vorkA1
fork
Er ligt geen vork op tafel.
vragenA2
to ask
Mag ik iets vragen?
vriendA1
friend
Hij is een goede vriend van mij.
vriendinA1
female friend, girlfriend
Mijn vriendin komt uit Spanje.
vriendschapA1
friendship
Onze vriendschap duurt al twintig jaar.
vriezerA2
freezer
Het brood ligt in de vriezer.
vrijA1
free, vacant
Is deze stoel vrij?
vrijdagA1
Friday
Vrijdag werk ik thuis.
vroegA1
early
Ik sta elke dag vroeg op.
vroegerA2
in the past, formerly
Vroeger woonde ik in een dorp.
vrolijkA2
cheerful, merry
Zij is altijd vrolijk op haar werk.
vrouwA1
woman
De vrouw leest een boek.
waarA1
where
Waar woon je?
waardeA2
value
De waarde van het huis is gestegen.
waaromA1
why
Waarom kom je niet?
waarschijnlijkA2
probably
Hij komt waarschijnlijk te laat.
wachtenA2
to wait
Ik wacht al een half uur.
wachtkamerA2
waiting room
Neemt u plaats in de wachtkamer.
wachtwoordA2
password
Ik ben mijn wachtwoord vergeten.
wandelenA1
to walk, to stroll
We gaan zondag wandelen.
wangA1
cheek
Haar wangen zijn rood van de kou.
wanneerA1
when
Wanneer begint de les?

