Woordenschat
Filters1
Onderwerpen
277 woorden · pagina 4 van 12
hardlopenB1
to run, jogging
's Ochtends ga ik hardlopen in het park.
hebbenA1
to have
Wij hebben twee kinderen.
helpenA2
to help
Kun je me even helpen?
herhalenB1
to repeat
Kunt u dat herhalen, alstublieft?
herinnerenA2
to remember
Ik herinner me haar naam niet meer.
herkennenA2
to recognise
Ik herkende hem meteen.
herstellenB1
to recover
Hij is goed hersteld na de operatie.
hetenA1
to be called
Hoe heet jij?
hoestenA2
to cough
Het kind hoest de hele nacht.
hopenA1
to hope
Ik hoop dat het lukt.
horenA1
to hear
Ik hoor je niet goed.
houdenA1
to hold; to like (van)
Ik houd van koffie.
huilenA1
to cry
De baby huilt de hele nacht.
informerenB1
to inform; to enquire
Wij informeren u zodra er nieuws is.
inhalenB1
to overtake
Hier mag je niet inhalen.
inloggenA2
to log in
Log in met je e-mailadres.
inrichtenA2
to furnish
We moeten de woonkamer nog inrichten.
inschrijvenB1
to register, to enrol
Je kunt je online inschrijven voor de cursus.
instappenA2
to board, to get in
U kunt achterin instappen.
instemmenB1
to agree, to consent
De meerderheid stemde met het voorstel in.
invullenA2
to fill in
Vul het formulier volledig in.
inwerkenB1
to train (a new employee)
Een collega werkt je de eerste week in.
kamperenB1
to camp
We gaan deze zomer kamperen in Frankrijk.
kennenA1
to know (a person/thing)
Ken je die man?
kiezenA2
to choose
Je moet zelf kiezen.

