Woordenschat
Filters1
Onderwerpen
113 woorden · pagina 4 van 5
regelmatigA2
regularly
Ik sport regelmatig.
rijkA1
rich
Zij komt uit een rijke familie.
rondA1
round
De tafel is rond.
rustigA2
quiet, calm
Het is hier lekker rustig.
snelA1
fast
Hij loopt heel snel.
sociaalB1
social
Hij is heel sociaal en maakt snel contact.
sportiefB1
sporty; sportsmanlike
Hij is heel sportief.
sterkA1
strong
Hij is heel sterk.
suikervrijA1
sugar-free
Deze thee is suikervrij.
taalgevoelB1
feel for the language
Na een jaar krijg je meer taalgevoel.
tegelijkA2
at the same time
Praat niet allemaal tegelijk.
teleurgesteldA2
disappointed
Hij was teleurgesteld in het resultaat.
typischA2
typical
Dat is typisch Nederlands.
vegetarischA2
vegetarian
Hebben jullie ook vegetarische gerechten?
veiligA2
safe
Werk altijd veilig met deze machine.
verantwoordelijkB1
responsible
Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen afval.
verbaasdA2
surprised
Ik was verbaasd over zijn antwoord.
verdrietigA2
sad
Zij was verdrietig na het nieuws.
vergelijkbaarA2
comparable
De prijzen zijn vergelijkbaar.
verkoudenA2
having a cold
Ik ben een beetje verkouden.
verlegenA2
shy
Hij is nogal verlegen bij nieuwe mensen.
versA2
fresh
Dit brood is niet meer vers.
verschillendA2
different, various
We hebben verschillende opties bekeken.
viesA1
dirty
Je schoenen zijn vies.
volA1
full
De bus is helemaal vol.

