Woordenschat
1230 woorden · pagina 37 van 50
spoedA2
emergency, urgency
Bij spoed belt u dit nummer.
spreekuurA2
consultation hours
Het spreekuur is van negen tot elf.
sprekenA2
to speak
Spreekt u Nederlands?
springenA1
to jump
Hij sprong over de sloot.
spullenA1
stuff, belongings
Neem je spullen mee.
staanA1
to stand
De auto staat voor het huis.
stadA1
city
Amsterdam is een grote stad.
statiegeldA2
deposit (on bottles)
Op flessen zit statiegeld.
stationA2
station
Het station is vlak bij mijn huis.
sterkA1
strong
Hij is heel sterk.
stiefmoederA1
stepmother
Zijn stiefmoeder woont bij hen in huis.
stilA1
quiet, silent
Wees even stil, alsjeblieft.
stoelA1
chair
Neem een stoel en ga zitten.
stoepA2
pavement
Loop op de stoep, niet op het fietspad.
stofzuigenA2
to vacuum
Ik stofzuig één keer per week.
stofzuigerA2
vacuum cleaner
Waar staat de stofzuiger?
stopcontactA1
power socket
Er is hier geen stopcontact.
stoppenA2
to stop
Hij is gestopt met roken.
storingA2
malfunction, breakdown
Er is een storing in de verwarming.
stortingA2
deposit (payment in)
De storting is nog niet zichtbaar op mijn rekening.
straatA1
street
Ik woon in een rustige straat.
straksA1
later, in a moment
Ik bel je straks even terug.
stroopwafelA1
syrup waffle
Een stroopwafel bij de koffie is heerlijk.
stukA1
piece
Wil je een stuk taart?
sturenA1
to send
Ik stuur je vanavond een bericht.

