Woordenschat
1230 woorden · pagina 3 van 50
avondetenA2
dinner
Het avondeten is om zes uur.
azijnA1
vinegar
Doe wat azijn in de salade.
baanA2
job
Zij heeft een nieuwe baan gevonden.
baasA2
boss
Mijn baas is vandaag afwezig.
babyA1
baby
De baby slaapt nu.
badkamerA1
bathroom
De badkamer is boven.
badkuipA2
bathtub
In deze badkamer staat geen badkuip.
bagageA2
luggage
Laat je bagage niet alleen achter.
bakkenA2
to fry, to bake
Ik bak een ei voor het ontbijt.
bakkerA2
baker, bakery
Ik haal brood bij de bakker.
balkonA2
balcony
Op het balkon staan planten.
banaanA1
banana
Wil je een banaan?
bandA2
tyre
Mijn band is lek.
bangA2
afraid
Ik ben bang voor honden.
bankA2
bank
Ik heb een rekening bij deze bank.
bankrekeningA2
bank account
Je hebt een bankrekening nodig voor je salaris.
batterijA1
battery
De batterij is leeg.
bedA1
bed
Ik ga vroeg naar bed.
bedankenA2
to thank
Ik wil je bedanken voor je hulp.
bedervenA2
to spoil, to go off
Vlees bederft snel in de warmte.
bedragA2
amount
Het bedrag staat onderaan de rekening.
bedrijfA2
company
Zij werkt bij een groot bedrijf.
bedrijfskledingA2
company uniform
De bedrijfskleding krijg je van je werkgever.
bedrijfsregelsA2
company rules
Lees de bedrijfsregels op je eerste werkdag.
bedrijfsuitjeA2
company outing
Volgende maand is het bedrijfsuitje.

