Woordenschat
110 woorden · pagina 3 van 5
lijkenA1onregelmatig
leek · leken · hebben geleken
to seem
Het lijkt me een goed idee.
lopenA1onregelmatig
liep · liepen · hebben/zijn gelopen
to walk
Ik loop elke dag naar mijn werk.
to run, to last (of a period)
De cursus loopt van september tot juni.
makenA1
maakte · hebben gemaakt
to make
Zij maakt een taart voor het feest.
meldenA1
meldde · hebben gemeld
to report, to notify
U moet een verhuizing melden bij de gemeente.
missenA1
miste · hebben gemist
to miss
Ik heb de bus gemist.
moetenA1onregelmatig
moest · moesten · hebben gemoeten
must, to have to
Ik moet nu weg.
mogenA1onregelmatig
mocht · mochten · hebben gemogen
may, to be allowed to
Mag ik hier zitten?
nemenA1onregelmatig
nam · namen · hebben genomen
to take
Ik neem de trein van acht uur.
ontvangenA1onregelmatig
ontving · ontvingen · hebben ontvangen
to receive
Ik heb je bericht ontvangen.
ontwikkelenA1
ontwikkelde · hebben ontwikkeld
to develop (something)
Het bedrijf ontwikkelt een nieuwe app.
zich ontwikkelenwederkerend
to develop, to grow
Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo.
openenA1
opende · hebben geopend
to open
De winkel opent om negen uur.
pakkenA1
pakte · hebben gepakt
to take, to grab
Pak even een glas voor me.
poetsenA1
poetste · hebben gepoetst
to brush, to polish
Poets je tanden twee keer per dag.
pratenA1
praatte · hebben gepraat
to talk
We praten straks verder.
proberenA1
probeerde · hebben geprobeerd
to try
Wil je dit even proberen?
publicerenA1
publiceerde · hebben gepubliceerd
to publish
De krant publiceerde het rapport gisteren.
radenA1onregelmatig
raadde · raadden · hebben geraden
to guess
Raad eens wie ik zag!
reagerenA1
reageerde · hebben gereageerd
to respond
Hij heeft nog niet op mijn mail gereageerd.
reizenA1
reisde · hebben/zijn gereisd
to travel
Ik reis elke dag met de trein.
rennenA1
rende · hebben/zijn gerend
to run
De kinderen rennen door de tuin.
zich richtenA1wederkerend
richtte · hebben gericht
to be aimed at, to focus on
De cursus richt zich op beginners.
roepenA1onregelmatig
riep · riepen · hebben geroepen
to call, to shout
Roep me als je klaar bent.
scheidenA1onregelmatig
scheidde · scheidden · zijn gescheiden
to divorce
Mijn ouders zijn gescheiden.
schrijvenA1onregelmatig
schreef · schreven · hebben geschreven
to write
Schrijf je naam op het formulier.
slapenA1onregelmatig
sliep · sliepen · hebben geslapen
to sleep
Ik heb slecht geslapen.

