Woordenschat
Filters1
75 woorden · pagina 3 van 3
tweedeA1
second
Neem de tweede straat rechts.
twintigA1
twenty
Het kost twintig euro.
uitA1
out of, from
Ik kom uit Oekraïne.
vanA1
of, from
Dit is de fiets van mijn broer.
veelA1
much, many
Er zijn veel mensen buiten.
veertigA1
forty
Hier mag je veertig rijden.
vierA1
four
Wij wonen op nummer vier.
vierdeA1
fourth
Dit is mijn vierde les.
vijfA1
five
Het kost vijf euro.
vijfdeA1
fifth
Neem de vijfde straat links.
vijftigA1
fifty
Ik betaal met een briefje van vijftig.
voorA1
for; before
Dit cadeau is voor jou.
waarA1
where
Waar woon je?
waaromA1
why
Waarom kom je niet?
wanneerA1
when
Wanneer begint de les?
wantA1
because (coordinating)
Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
watA1
what
Wat doe je?
welkeA1
which
Welke bus moet ik nemen?
wieA1
who
Wie is dat?
zesA1
six
We eten om zes uur.
zestigA1
sixty
Mijn vader is zestig geworden.
zevenA1
seven
Een week heeft zeven dagen.
zeventigA1
seventy
Buiten de bebouwde kom mag je zeventig.
zoA1
so, like this
Doe het zo.
zonderA1
without
Koffie zonder suiker, alstublieft.

