Woordenschat
1230 woorden · pagina 27 van 50
nichtA1
cousin (female), niece
Mijn nicht woont in Rotterdam.
niemandA1
nobody
Er is niemand thuis.
nierA1
kidney
Hij heeft problemen met zijn nieren.
nietA1
not
Ik begrijp het niet.
nietsA1
nothing
Ik heb niets gezegd.
nieuwA1
new
Ik heb een nieuwe telefoon.
nieuwsgierigA2
curious
Ik ben nieuwsgierig naar het resultaat.
nodigA2
necessary, needed
Ik heb je hulp nodig.
nogA1
still, yet
Ik ben nog niet klaar.
nogmaalsA1
once again
Nogmaals bedankt voor je hulp.
nooitA1
never
Ik drink nooit alcohol.
nootA1
nut
Ik ben allergisch voor noten.
normaalA2
normal
Dat is hier heel normaal.
novemberA1
November
November is een donkere maand.
nuA1
now
Ik heb nu geen tijd.
nummerA1
number
Wat is je telefoonnummer?
ochtendA1
morning
In de ochtend drink ik koffie.
oefeningA2
exercise
Maak oefening drie op bladzijde tien.
oefentoetsA2
practice test
Maak eerst een oefentoets.
ofA1
or
Wil je thee of koffie?
oktoberA1
October
In oktober vallen de bladeren.
olieA2
oil
Bak het in een beetje olie.
olijfA1
olive
Wil je olijven bij de borrel?
omaA1
grandmother
Mijn oma is tachtig jaar.
omdatA1
because (subordinating)
Ik kom niet, omdat ik moet werken.

