Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

1230 woorden · pagina 22 van 50

  • langskomenA2

    to drop by

    Kom je vanavond even langs?

  • langzaamA1

    slow

    Kunt u wat langzamer praten?

  • latenA2

    to let, to have (something done)

    Ik laat mijn fiets repareren.

  • laterA1

    later

    We bellen later wel even.

  • leegA1

    empty

    Mijn glas is leeg.

  • leerboekA2

    textbook

    Neem je leerboek mee naar de les.

  • leertempoA2

    learning pace

    Iedereen heeft zijn eigen leertempo.

  • leggenA1

    to lay, to put down

    Leg het boek op tafel.

  • lekkerA2

    tasty, nice

    Deze soep is heel lekker.

  • lelijkA1

    ugly

    Dat gebouw vind ik lelijk.

  • lenenA2

    to borrow; to lend

    Kan ik tien euro van je lenen?

  • lenteA1

    spring

    In de lente bloeien de tulpen.

  • lepelA1

    spoon

    Ik eet soep met een lepel.

  • leraarA2

    teacher

    De leraar legt het nog een keer uit.

  • lerenA2

    to learn; to teach

    Ik leer nu een jaar Nederlands.

  • lesmateriaalA2

    course materials

    Het lesmateriaal krijg je bij de eerste les.

  • lesroosterA2

    class timetable

    Het lesrooster hangt bij de ingang.

  • lesuurA2

    lesson hour

    Een lesuur duurt vijftig minuten.

  • letterA1

    letter (character)

    Schrijf je naam met grote letters.

  • leukA1

    nice, fun

    Dat was een leuke avond.

  • levenA1

    life; to live

    Het leven hier is heel anders.

  • leveringA2

    delivery

    De levering duurt drie werkdagen.

  • levertijdA2

    delivery time

    De levertijd is drie werkdagen.

  • lezenA2

    to read

    Lees de tekst nog een keer.

  • lichaamA1

    body

    Beweging is goed voor je lichaam.