Woordenschat
804 woorden · pagina 21 van 33
planA2
plan
Wat is het plan voor morgen?
plantA1
plant
Vergeet de planten niet water te geven.
pleinA1
square
Op het plein is elke week markt.
ploegendienstA2
shift work
Hij werkt in ploegendienst.
plotselingA2
suddenly
Plotseling begon het te regenen.
polsA1
wrist
Ik heb mijn pols verstuikt.
portemonneeA1
wallet, purse
Mijn portemonnee zit in mijn tas.
portieA2
portion
Dat is een grote portie.
postzegelA1
stamp
Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.
preciesA2
exactly, precise
Wat bedoel je precies?
preiA1
leek
Doe wat prei in de soep.
prijsA2
price
De prijs staat op het etiket.
prijskaartjeA2
price tag
Er zit geen prijskaartje op.
prijslijstA2
price list
De prijslijst hangt bij de ingang.
prijsvergelijkingA2
price comparison
Doe eerst een prijsvergelijking online.
prijsverhogingA2
price increase
Er komt een prijsverhoging van vijf procent.
prijsverschilA2
price difference
Het prijsverschil tussen beide winkels is groot.
prikA2
jab, injection
De prik deed nauwelijks pijn.
probleemA2
problem
We hebben een klein probleem.
productA2
product
Dit product is uitverkocht.
productinformatieA2
product information
De productinformatie staat op de doos.
prullenbakA1
waste basket
Gooi het papier in de prullenbak.
raamA1
window
Het raam staat open.
receptA2
recipe
Dit recept komt van mijn moeder.
redenA2
reason
Wat is de reden van je verhuizing?

