Woordenschat
1230 woorden · pagina 20 van 50
klantenserviceA2
customer service
Bel de klantenservice als het niet werkt.
klasgenootA2
classmate
Mijn klasgenoot komt uit Syrië.
klaslokaalA2
classroom
Het klaslokaal is op de tweede verdieping.
kleinA1
small
Mijn kamer is klein maar gezellig.
kleindochterA1
granddaughter
Zijn kleindochter gaat al naar school.
kleinkindA1
grandchild
Zij heeft drie kleinkinderen.
kleinzoonA1
grandson
Haar kleinzoon is net geboren.
klerenA1
clothes
Ik koop nieuwe kleren.
kleurA1
colour
Welke kleur vind je mooi?
klokA1
clock
De klok in de keuken loopt voor.
kloppenA2
to be correct; to knock
Klopt dit adres?
knieA1
knee
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
koekA1
biscuit, cake
Bij de koffie krijg je een koekje.
koelkastA1
fridge
De melk staat in de koelkast.
kofferA2
suitcase
Mijn koffer is te zwaar.
koffieA1
coffee
Zullen we een kopje koffie drinken?
kokenA2
to cook
Wie kookt er vanavond?
komenA1
to come
Kom je vanavond ook?
komkommerA1
cucumber
Snijd de komkommer in plakjes.
kookboekA2
cookbook
Dit recept staat in mijn kookboek.
koolA1
cabbage
In de winter eten we vaak kool.
koopjeA2
bargain
Die jas was echt een koopje.
koortsA2
fever
Het kind heeft koorts.
kopenA1
to buy
Ik koop brood bij de bakker.
kopjeA1
cup
Wil je een kopje thee?

