EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

1230 woorden · pagina 2 van 50

  • afwezigA2

    absent

    Hij was vorige week afwezig.

  • agendaA2

    diary, agenda

    Ik zet de afspraak in mijn agenda.

  • alA1

    already

    Ben je er nu al?

  • allebeiA1

    both

    Wij werken allebei fulltime.

  • alleenA1

    alone; only

    Ik woon alleen.

  • alleenstaandA1

    single

    Zij is een alleenstaande moeder.

  • allemaalA1

    all (of them)

    We gaan allemaal mee.

  • allergieA2

    allergy

    Ik heb een allergie voor noten.

  • allesA1

    everything

    Alles is klaar.

  • alsA1

    if, when

    Als het regent, blijven we binnen.

  • alsjeblieftA1

    please; here you are

    Hier is je koffie, alsjeblieft.

  • altijdA1

    always

    Hij komt altijd te laat.

  • ambulanceA2

    ambulance

    Bel 112 voor een ambulance.

  • anderA1

    other, different

    Heb je een andere maat?

  • antwoordenA2

    to answer

    Hij antwoordde niet op mijn vraag.

  • apartA1

    separate(ly)

    We betalen apart.

  • apotheekA2

    pharmacy

    De apotheek is naast de huisarts.

  • appartementA2

    flat, apartment

    Zij huurt een klein appartement.

  • appelA1

    apple

    Ik neem een appel mee naar mijn werk.

  • aprilA1

    April

    In april bloeien de bloemen.

  • arbeidsovereenkomstA2

    employment contract

    De arbeidsovereenkomst is voor een jaar.

  • armA1

    arm

    Mijn arm is stijf.

  • augustusA1

    August

    Augustus is vaak de warmste maand.

  • autoA1

    car

    Onze auto staat voor de deur.

  • avondA1

    evening

    's Avonds kijk ik televisie.