EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

804 woorden · pagina 19 van 33

  • oktoberA1

    October

    In oktober vallen de bladeren.

  • olieA2

    oil

    Bak het in een beetje olie.

  • olijfA1

    olive

    Wil je olijven bij de borrel?

  • omaA1

    grandmother

    Mijn oma is tachtig jaar.

  • onderhoudA2

    maintenance

    Het onderhoud van de tuin kost tijd.

  • onderwerpA2

    subject, topic

    Dat is een moeilijk onderwerp.

  • ontbijtA2

    breakfast

    Ik sla het ontbijt nooit over.

  • oogA1

    eye

    Er zit iets in mijn oog.

  • oogartsA2

    ophthalmologist

    De huisarts stuurde mij naar de oogarts.

  • oomA1

    uncle

    Mijn oom woont in Duitsland.

  • oorA1

    ear

    Mijn oor doet pijn.

  • oorpijnA2

    earache

    Het kind heeft oorpijn.

  • opaA1

    grandfather

    Mijn opa vertelt graag verhalen.

  • opdrachtA2

    assignment, order

    Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.

  • operatieA2

    operation, surgery

    De operatie is goed gegaan.

  • oplossingA2

    solution

    Er is vast een oplossing.

  • opnameA2

    withdrawal

    Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.

  • oranjeA1

    orange

    Het Nederlands elftal speelt in oranje.

  • oudA1

    old

    Dit is een oud gebouw.

  • oudersA1

    parents

    Mijn ouders wonen nog in Polen.

  • ovenA2

    oven

    Zet de oven op 180 graden.

  • ovenschaalA2

    oven dish

    Doe alles in een ovenschaal.

  • overurenA2

    overtime hours

    Deze week heb ik veel overuren gemaakt.

  • overzichtA2

    overview

    Hier is een overzicht van de kosten.

  • paarA1

    a few, pair

    Ik blijf nog een paar dagen.