Woordenschat
1230 woorden · pagina 17 van 50
huidA1
skin
Bescherm je huid tegen de zon.
huilenA1
to cry
De baby huilt de hele nacht.
huisA1
house
Ik woon in een klein huis.
huisapotheekA2
first-aid cabinet
Zorg voor een goede huisapotheek.
huisartsassistenteA2
GP's assistant
De huisartsassistente maakt de afspraak.
huisartsenpostA2
out-of-hours GP service
's Avonds belt u de huisartsenpost.
huisbaasA2
landlord
Ik heb de huisbaas gebeld over de kraan.
huisgenootA1
housemate
Mijn huisgenoot kookt vanavond.
huisregelsA2
house rules
Lees de huisregels van het gebouw.
hulpA2
help
Bedankt voor je hulp.
huurA2
rent
De huur moet voor de eerste van de maand betaald worden.
huurcontractA2
rental contract
Lees het huurcontract goed door.
huurderA2
tenant
De huurder moet kleine reparaties zelf doen.
huurverhogingA2
rent increase
De huurverhoging gaat in juli in.
huwelijkA1
marriage, wedding
Hun huwelijk was in juni.
ideeA2
idea
Dat is een goed idee.
iedereA1
every, each
Iedere maandag heb ik les.
iedereenA1
everyone
Iedereen is welkom.
iemandA1
someone
Er staat iemand voor de deur.
ietsA1
something
Wil je iets drinken?
ijsA1
ice, ice cream
De kinderen willen een ijsje.
inA1
in
Het zit in de kast.
inderdaadA2
indeed
Dat klopt inderdaad.
informatieA2
information
Meer informatie vind je op de website.
ingrediëntA2
ingredient
Welke ingrediënten heb je nodig?

