Woordenschat
804 woorden · pagina 17 van 33
marktA2
market
Op zaterdag is er markt op het plein.
matrasA1
mattress
Dit matras is te zacht voor mij.
medestudentA2
fellow student
Ik oefen samen met een medestudent.
medicijnA2
medicine
Neem dit medicijn twee keer per dag.
meelA1
flour
Voor dit recept heb je meel nodig.
meerA1
more
Ik heb meer tijd nodig.
meesteA1
most
De meeste mensen komen met de fiets.
meiA1
May
Mijn verjaardag is in mei.
meisjeA1
girl
Het meisje speelt buiten.
melkA1
milk
Wil je melk in je koffie?
mensA1
person, human
Hij is een aardig mens.
mensenA1
people
Er waren veel mensen op het feest.
merkA2
brand
Welk merk koop jij meestal?
mesA1
knife
Dit mes is niet scherp.
metroA2
metro, underground
In Amsterdam kun je met de metro.
meubelsA2
furniture
We hebben nieuwe meubels gekocht.
middagA1
afternoon
We eten om twaalf uur 's middags.
middernachtA1
midnight
De trein rijdt tot middernacht.
minderA1
less, fewer
Ik werk nu minder uren.
minimumloonA2
minimum wage
Hij verdient het minimumloon.
minuutA1
minute
Wacht even, nog één minuut.
moederA1
mother
Mijn moeder woont in Utrecht.
mogelijkA2
possible
Is het mogelijk om later te komen?
mogelijkheidA2
possibility, option
Er is nog een andere mogelijkheid.
momentA1
moment
Een moment, ik kom eraan.

