EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

612 woorden · pagina 15 van 25

  • nummerA1

    number

    Wat is je telefoonnummer?

  • ochtendA1

    morning

    In de ochtend drink ik koffie.

  • ofA1

    or

    Wil je thee of koffie?

  • oktoberA1

    October

    In oktober vallen de bladeren.

  • olijfA1

    olive

    Wil je olijven bij de borrel?

  • omaA1

    grandmother

    Mijn oma is tachtig jaar.

  • omdatA1

    because (subordinating)

    Ik kom niet, omdat ik moet werken.

  • onderA1

    under

    De doos staat onder het bed.

  • oogA1

    eye

    Er zit iets in mijn oog.

  • ookA1

    also, too

    Ik kom ook mee.

  • oomA1

    uncle

    Mijn oom woont in Duitsland.

  • oorA1

    ear

    Mijn oor doet pijn.

  • opA1

    on

    Het boek ligt op tafel.

  • opaA1

    grandfather

    Mijn opa vertelt graag verhalen.

  • openA1

    open

    De winkel is nog open.

  • openenA1

    to open

    De winkel opent om negen uur.

  • oranjeA1

    orange

    Het Nederlands elftal speelt in oranje.

  • oudA1

    old

    Dit is een oud gebouw.

  • oudersA1

    parents

    Mijn ouders wonen nog in Polen.

  • overA1

    about; over

    We praten later over dit probleem.

  • overmorgenA1

    the day after tomorrow

    Overmorgen begint mijn vakantie.

  • paarA1

    a few, pair

    Ik blijf nog een paar dagen.

  • paarsA1

    purple

    De bloemen in de tuin zijn paars.

  • pakjeA1

    parcel, packet

    Er ligt een pakje voor je bij de buren.

  • pakkenA1

    to take, to grab

    Pak even een glas voor me.