Woordenschat
Filters1
Onderwerpen
4140 woorden · pagina 119 van 166
schoonzoonA1
son-in-law
Haar schoonzoon werkt in de bouw.
schoonzusA1
sister-in-law
Mijn schoonzus komt uit Italië.
schoorsteenA1
chimney
Uit de schoorsteen komt rook.
schouderA1
shoulder
Mijn schouder doet pijn.
schouwburgB2
municipal theatre
De schouwburg staat aan het plein.
schriftA2
exercise book
Schrijf de nieuwe woorden in je schrift.
schriftelijkB1
written
Het examen bestaat uit een schriftelijk deel.
schrijfconventieB2
writing convention
Formele brieven volgen vaste schrijfconventies.
schrijfopdrachtB2
writing task
De schrijfopdracht vraagt om een formele brief.
schrijfstijlB1
writing style
Zijn schrijfstijl is helder en kort.
schrijftaalB1
written language
Schrijftaal is formeler dan spreektaal.
schrijfvaardigheidB1
writing skill
Schrijfvaardigheid oefen je door veel te schrijven.
schrikB2
fright, shock
Van de schrik liet zij het glas vallen.
schroevendraaierB2
screwdriver
Ik zoek een kleinere schroevendraaier.
schroomB2
reticence, diffidence
Zij sprak zonder schroom over haar fouten.
schuldA2
debt
Hij heeft schulden bij de bank.
schuldbewustB2
guilty-looking, contrite
Hij keek schuldbewust naar de grond.
schuldeiserB1
creditor
De schuldeiser wil een betalingsregeling.
schuldenlastB2
debt burden
De schuldenlast van huishoudens is toegenomen.
schuldenproblematiekB2
debt problems
De schuldenproblematiek raakt vooral jonge gezinnen.
schuldgevoelB2
feeling of guilt
Hij had een schuldgevoel over zijn beslissing.
schuldhulpverleningB2
debt counselling
De gemeente biedt schuldhulpverlening aan.
schuldpositieB2
debt position
De schuldpositie van het land is verbeterd.
schuurA1
shed
De fietsen staan in de schuur.
schuurpapierB2
sandpaper
Werk de rand af met schuurpapier.

