EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

198 woorden · pagina 1 van 8

  • aanbiedenA2

    to offer

    Zij bood aan om te helpen.

  • aankomenA2

    to arrive

    Wij komen om acht uur aan.

  • aanpassenA2

    to adapt, to adjust

    Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.

  • aanrakenA2

    to touch

    Raak de hete pan niet aan.

  • afrekenenA2

    to pay (at the till)

    Ik ga even afrekenen.

  • afwassenA2

    to do the dishes

    Wie wast er vanavond af?

  • antwoordenA2

    to answer

    Hij antwoordde niet op mijn vraag.

  • bakkenA2

    to fry, to bake

    Ik bak een ei voor het ontbijt.

  • bedankenA2

    to thank

    Ik wil je bedanken voor je hulp.

  • bedervenA2

    to spoil, to go off

    Vlees bederft snel in de warmte.

  • beginnenA2

    to begin

    De les begint om negen uur.

  • bepalenA2

    to determine, to decide

    Jij mag bepalen waar we eten.

  • bereidenA2

    to prepare (food)

    Dit gerecht is makkelijk te bereiden.

  • bereikenA2

    to reach

    Je kunt mij het beste per mail bereiken.

  • besluitenA2

    to decide

    We hebben besloten te verhuizen.

  • bestaanA2

    to exist

    Zo'n regel bestaat hier niet.

  • bestellenA2

    to order

    Zullen we pizza bestellen?

  • betalenA2

    to pay

    Kan ik met pin betalen?

  • betekenenA2

    to mean

    Wat betekent dit woord?

  • bewarenA2

    to keep, to store

    Bewaar deze brief goed.

  • bezoekenA2

    to visit

    We bezoeken zondag mijn ouders.

  • bezorgenA2

    to deliver

    Ze bezorgen het pakket morgen.

  • blijvenA2

    to stay

    Blijf je vanavond eten?

  • brengenA2

    to bring, to take

    Ik breng de kinderen naar school.

  • controlerenA2

    to check

    Controleer je gegevens voordat je verstuurt.