EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

12 woorden · pagina 1 van 1

  • zakkenB1

    to fail (an exam)

    Hij is helaas gezakt voor het examen.

  • zeggenA1

    to say

    Wat zei je?

  • zettenA1

    to put, to place upright

    Zet de stoel bij het raam.

  • ziekmeldenA2

    to call in sick

    Je moet je voor negen uur ziekmelden.

  • zienA1

    to see

    Ik zie je morgen.

  • zijnA1

    to be

    Ik ben blij dat je er bent.

  • zingenA2

    to sing

    Op verjaardagen zingen we een lied.

  • zittenA1

    to sit

    Zij zit op de bank.

  • zoekenA2

    to look for

    Ik zoek mijn sleutels.

  • zorgenA2

    to ensure; to care for

    Ik zorg dat het op tijd klaar is.

  • zullenA1

    shall, will

    Zullen we koffie drinken?

  • zwemmenB1

    to swim

    Ik ga twee keer per week zwemmen.