EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

66 woorden · pagina 1 van 3

  • zachtA1

    soft

    Dit kussen is lekker zacht.

  • zakA1

    pocket; bag

    Mijn sleutels zitten in mijn zak.

  • zakkenB1

    to fail (an exam)

    Hij is helaas gezakt voor het examen.

  • zalfA2

    ointment

    Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.

  • zaterdagA1

    Saturday

    Op zaterdag doe ik boodschappen.

  • zebrapadA2

    zebra crossing

    Steek over bij het zebrapad.

  • zeeB1

    sea

    De zee is vandaag onrustig.

  • zeepA1

    soap

    Was je handen met zeep.

  • zeggenA1

    to say

    Wat zei je?

  • zekerA2

    certain, sure

    Weet je dat zeker?

  • zeldenA2

    rarely

    Ik ga zelden naar de bioscoop.

  • zelfA1

    self, oneself

    Dat heb ik zelf gemaakt.

  • zelfstandigB1

    independent

    Je moet in deze functie zelfstandig kunnen werken.

  • zelfstandigheidB1

    independence

    De functie vraagt veel zelfstandigheid.

  • zelfstudieB1

    self-study

    Naast de les doe ik veel zelfstudie.

  • zenuwachtigA2

    nervous

    Ik ben zenuwachtig voor het examen.

  • zesA1

    six

    We eten om zes uur.

  • zestigA1

    sixty

    Mijn vader is zestig geworden.

  • zettenA1

    to put, to place upright

    Zet de stoel bij het raam.

  • zevenA1

    seven

    Een week heeft zeven dagen.

  • zeventigA1

    seventy

    Buiten de bebouwde kom mag je zeventig.

  • ziekA1

    ill

    Ik ben vandaag ziek.

  • ziekenhuisA2

    hospital

    Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.

  • ziekenhuisbezoekB1

    hospital visit

    Het ziekenhuisbezoek duurde twee uur.

  • ziekenhuisopnameB1

    hospital admission

    Een ziekenhuisopname was niet nodig.